Kopstukken
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar Kopstukken

Aus Greidanus
Helga Ruebsamen
Johan Doesburg
Karel de Rooij
Anton Corbijn
Bas Muijs
Jiri Kylian
Marcel van Eeden
Yvonne Keuls
Louis Behre
Paul van Vliet
Marnix Rueb
Bart Chabot
Eva Maria Westbroek
Cesar Zuiderwijk
Wim de Bie

Wim de Bie

Het thema van de Boekenweek was dit jaar Geschreven Portretten.
Daarom schreef ik (op basis van een uitgebreid interview) voor de tentoonstelling
Kopstukken (te zien t/m 20 april a.s.) in de Centrale Bibliotheek aan het Haagse Spui de afgelopen maanden 16 portretten van vooraanstaande figuren uit het Haagse Culturele leven.
Hierboven de locatie waar het interview met dit kopstuk plaats zou vinden.
Het liep anders.
Maar niet lang daarna sprak ik toch met:


WIM DE BIE

Wim de Bie (Den Haag, 1939) móet. Het is een heilig moeten. Waar het vandaan komt? Zeker is dat die scheppingdrift hem ver gebracht heeft. En er zijn nog altijd nieuwe doelen aan de einder. Maar het belangrijkste is wel de wonderlijkbaarlijke samenwerking met Kees van Kooten. Die heeft een stroom in gang gezet, waar hij nu bijna met verbijstering op terugkijkt. Wat hebben ze veel gemaakt.
Ze ontmoeten elkaar op het Dalton Lyceum. Twee jaar leeftijdsverschil, toch vinden ze elkaar. En dat is zo’n kleine veertig jaar doorgegaan. Zonder spanning en ruzie, elke dag maar door, in totale gedrevenheid. Dat ging boven alles, soms ook wel boven het persoonlijk leven. En dat is nog zo. Na al die jaren zien ze elkaar minder, maar als er kontakt is, dan beginnen ze meteen: wat heb je gezien, wat heb je gehoord, wat heb je gelezen? Dat is de basis. Ze hebben elkaar voortdurend verkend, maar het ging voornamelijk over het werk: wat gaan we maken? Zoals mannen hun vriendschap belijden. Natuurlijk, ze kennen elkaar privé heel goed, zijn samen opgegroeid, maar die energie komt voort uit het idee: er is meer, we kunnen nog beter.
Die vitaliteit en productiviteit spreidt Wim nog steeds ten toon. Op alle paden die hij sinds het einde van de roemruchte samenwerking in 1998 bewandeld heeft.
Zonder Kees zou alles heel anders gelopen zijn. Dat geldt natuurlijk ook voor Kees. Dan zou Wim de Bie misschien radio-documentairemaker geworden zijn. Of scheikundige. Met een romantisch laboratorium. Jongetjeswereld. Of leraar Nederlands, want daar studeert hij ooit voor. Op de Haagse avondschool voor Taal- en letterkunde.
Wim komt uit een warm nest. Hulpbehoevende grootouders worden thuis verzorgd. Zijn vader is gemeenteambtenaar, bij het G.E.B. Een verlegen man, zoals wij die uit het oeuvre van Wim de Bie kennen, die zichzelf ontwikkelt. Hij schrijft satirische stukjes voor het personeelsblad en treedt op in toneelvoorstellingen. Wim is trots op zijn vader, heeft al die gestencilde blaadjes nog. Bewaardrift. Dat geeft hem houvast in de geschiedenis. Nu terugkijkend is duidelijk dat hij uiteindelijk is gaan doen, wat zijn vader graag had willen doen.
Zijn moeder is ‘in wezen zangeres’. Zij komt uit een muzikantenfamilie, maar kiest – typisch jaren vijftig – voor het gezin. Ook al omdat het bij haar thuis altijd een puinhoop is. Zijn ouders hebben er alles aan gedaan om Wim en zijn zus die hectiek te besparen. Omgaan met conflicten is daarom voor de kinderen De Bie nog steeds erg moeilijk. Wim groeit op met Schubert, Schumann, het klassieke liederenrepertoire van zijn moeder. Daarna komen er de eigen invloeden, jazz en pop.
Hier liggen de sporen van Wims spreekwoordelijke tweezijdigheid: de schuwe beschouwer versus de expressieve manifestant. De tweede figuur ontstaat uit de overwinning op die verlegene. Net als zijn vader, als je onder de mensen bent, of in een zaal, altijd kijken of er een uitweg is. Van beroemdheid heeft hij nooit echt kunnen genieten. Maar hij heeft het leren hanteren.
Hij groeit op in Den Haag. Het streven is om naar Amsterdam te gaan. Dat gebeurt ook als hij de lerarenopleiding verlaat om een cursus radiocabaret te volgen. Toch komt hij vaak terug naar de Residentie. Vrienden, feesten, de taal. Kees woont hier nog. De samenwerking is al begonnen. Uiteindelijk strijken de heren neer in het Gooi. Op fietsafstand van elkaar.
Maar veel eerder maken ze voor het VARA-programma ‘Uitlaat’ straatinterviews in Den Haag. Met een Nagra-bandrecorder van twaalf kilo. Dat is iets nieuws, gewone mensen interviewen. Zoals plathaagse bewakers. Die hebben verhalen. Zo ontstaan de Clichéemannetjes. De voorlopers van Jacobse en Van Es.
Den Haag is een rode lijn in het oeuvre. Een houvast. Laat Den Haag ook vooral laag blijven. Die uitgestrektheid, twee verdiepingen, het Haagse licht erboven. Wijndaelerplantsoen bedreigd? Wim komt in het geweer. Dan hoort hij zijn vader. Zíjn terrein. Afblijven! Wim is vierentwintig, als zijn vader overlijdt. De successen heeft hij niet meegemaakt. Hij zou het geweldig gevonden hebben.
Wim en Kees hebben ons land mede vormgegeven. Daar komt hij nu pas achter. Nooit mee bezig geweest. Door! Ondanks altijd weer die zenuwen, het moet. Binnenkort staat Wim de Bie met een solo-voorstelling in het theater.
Want dat moet!

 

Er is 1 reactie.

1. Geplaatst door annie gijsbertsen op 13-02-2012 23:58
Is er ook een c d van Wim met dat mooie lied met zijn moeder? Ik was ZEER onder de indruk daarvan. Ook van al het andere hoor. Groet en dank.