Kopstukken
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar Kopstukken

Aus Greidanus
Helga Ruebsamen
Johan Doesburg
Karel de Rooij
Anton Corbijn
Bas Muijs
Jiri Kylian
Marcel van Eeden
Yvonne Keuls
Louis Behre
Paul van Vliet
Marnix Rueb
Bart Chabot
Eva Maria Westbroek
Cesar Zuiderwijk
Wim de Bie

Cesar Zuiderwijk

Het thema van de Boekenweek was dit jaar Geschreven Portretten.
Daarom schreef ik (op basis van een uitgebreid interview) voor de tentoonstelling
Kopstukken (te zien t/m 20 april a.s.) in de Centrale Bibliotheek aan het Haagse Spui de afgelopen maanden 16 portretten van vooraanstaande figuren uit het Haagse Culturele leven.
Zo ook van:

CESAR ZUIDERWIJK

Als hij dertien is, wil Cesar Zuiderwijk (Den Haag, 1948) de beste drummer van de wereld worden. Hij is een heel eind gekomen. Met zijn Golden Earring heeft hij over de hele planeet getoerd. Na veertig jaar is dat vuur nog lang niet gedoofd.
Cesar is enig kind. Opmerkelijk in de naoorlogse tijd van grote gezinnen. Zijn vader en moeder, beiden afkomstig uit zo’n grote katholieke familie, zijn al elf jaar bij elkaar. Dan wordt Cornelis Johannes geboren. Op de Bierkade, waar zijn vader concierge is van een groot gebouw waarin de administratie van Gemeentewerken is gehuisvest. Het jongetje leert rolschaatsen in de gangen.
Zijn ouders hebben bewust gewacht tot de ellende van de oorlog voorbij is. Zijn vader maakt de slag op de Grebbeberg mee. Maar daar spreekt hij nooit over. Land en stad worden weer opgebouwd. De halve familie is groentenboer. Met de trekschuit naar Schipluiden om spullen te halen. En paard en wagen. Ze kijken vanuit hun huis op een sissende smidse.
Ooit vindt hij pakken liefdesbrieven van zijn ouders: lief, warm en zorgzaam. Als buurtkinderen verliefd geworden. Nooit meer iemand anders. Zoals bij al die grote families om hun heen. Trouw. Een verbond voor altijd. Je kiest voor elkaar en bent zo gelukkig.
Iedereen werkt hard, zelfs op zaterdag. Het Spuikwartier is zijn speelterrein. Hij gaat op school in de Bezemstraat. Tussen de middag heeft zijn moeder het warme eten klaar. In Lamgroen en Ammunitiehaven wonen de grootouders. Families huizen bij elkaar in portieken. Zit hij als klein mannetje onder de tafel tijdens bruiloften. Louis Prima, de dames in petticoats. En lachen. Het wapen van grote families, die niet veel te makken hebben. Als enig kind kán hij zich wel soms aan die drukte onttrekken.
Vlakbij Lamgroen is een dierenasiel. Op een dag stopt er een vrachtwagen. Met een klein hondje. Waar is het asiel? Of willen jullie hem hebben? Hij neemt het hondje mee naar huis. Geïnspireerd door de grote Julius noemt hij het beestje Cesar.
De tijden veranderen. De kerk verliest aan gezag. De aanblik van de in puin gebombardeerde kerken draagt daaraan bij. Veel woningen staan leeg, mensen verhuizen soms elke drie maanden. Zijn ouders hebben een grammofoon met platenwisselaar: opera, operette, maar ook Sinatra en The Shadows. Ze nemen hem mee naar Toon Hermans in Theater Scala in de Wagenstraat. Hij mag op gitaarles. Doet aan turnen. Fanatiek.
Zijn vader is zijn held. Die haalt ooit een schoolvriendje uit het water met gevaar voor eigen leven. Kwa gezicht lijkt hij op zijn vader. Zijn zoon ook. Ook de trekken van zijn moeder zijn goed zichtbaar. Genen kun je niet foppen. Dan krijgt zijn vader longkanker. Hij sterft.
Op dat moment besluit zijn zoon de beste drummer van de wereld te worden.
Om het verdriet weg te drukken. En te drummen. Hij heeft al in een drumband getrommeld. Hij is er dag en nacht mee bezig. Zijn eerste optreden is heel plotseling: invallen bij Rene and his Alligators. Grootheden. Hij bouwt zijn eigen drumstel van augurkenblikken. Jaren later, bij een reconstructie daarvan voor zijn soloprogramma ‘Slagdroom’ haalt hij twee blikken bij de haringman op het Buitenhof. Wil met die blikken oversteken en kijkt recht in de limousine van Hare Majesteit. Haar oudste zoon is een erkende fan.
Hij gaat, als de enige van de famile, naar het Johan de Witt Lyceum in Scheveningen. Verprutst dat grandioos. Lang haar. Voor de zekerheid verborgen onder een coltrui. Spelen. Schoolbandjes. The Ladybirds. De manager wil dat ze shownamen dragen. Het hondje loopt te kwispelen: Cesar! De rest is geschiedenis. Met Livin’ Blues wordt het serieus. Hij leert Jaap Eggermont kennen. Drummer van de Golden Earrings en succesproducer in spé. In 1970 wordt Cesar gevraagd door de Earring. Die zijn al naar Amerika geweest. Nu heeft Cesar ook broers. Die totale overgave. Iedereen voegt iets toe. Unieke combinatie. Trouw. Toewijding. Forever.
Als zijn moeder stervende is, kondigt zijn zoon zich aan. En hij krijgt een dochter. In 1992 heeft hij het weekend van zijn leven: 1000 drummers op de Maas. Ongekend spektakel. Cesar speelt met de Earring, geeft les, vertelt en maakt lol in zijn solovoorstellingen.
Den Haag, hij tikt er tegen en het swingt.

 

Er is 1 reactie.

1. Geplaatst door Peterschrama op 19-07-2012 20:01
Een gewedige kerel en een fantastiese drummer