Kopstukken
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar Kopstukken

Aus Greidanus
Helga Ruebsamen
Johan Doesburg
Karel de Rooij
Anton Corbijn
Bas Muijs
Jiri Kylian
Marcel van Eeden
Yvonne Keuls
Louis Behre
Paul van Vliet
Marnix Rueb
Bart Chabot
Eva Maria Westbroek
Cesar Zuiderwijk
Wim de Bie

Eva Maria Westbroek

Het thema van de Boekenweek was dit jaar Geschreven Portretten.
Daarom schreef ik (op basis van een uitgebreid interview) voor de tentoonstelling
Kopstukken (te zien t/m 20 april a.s.) in de Centrale Bibliotheek aan het Haagse Spui de afgelopen maanden 16 portretten van vooraanstaande figuren uit het Haagse Culturele leven.
Helemaal naar Londen ging ik voor:

EVA MARIA WESTBROEK

Er zijn dagen dat Eva Maria Westbroek (Belfast, 1970) jaloers is op zichzelf. Dan staat ze in het Londense operapaleis opeens op een podium met John Paul Jones, de bassist van Led Zeppelin. Helemaal gaaf! Een hele geestige man overigens. Haar carrière als operazangeres heeft een hoge vlucht genomen. Ze werkt met de beste mensen. Op de geweldigste plekken ter wereld. Haar agenda is overvol. Het is soms zwaar, maar onbetaalbaar mooi. Maar ze weet ook: als de vreugde er niet is, dan gaat het niet.
Ze komt uit een heel leuk nest. Harmonieus. Jongste van drie meisjes. Ze geeft haar jeugd een tien. Op haar eerste school in Sassenheim wordt ze soms gepest. Rood haar. En ze doet af en toe gek. Dan komt ze in balletpak op school: Nu ga ik dansen! Iedereen moet kijken!
Haar ouders vinden het prachtig. Haar moeder is lerares klassieke talen. Statige, donkere vrouw. Met zwarte humor. Ze kan streng zijn. Een lerares, nietwaar. Maar een en al liefde. Net zoals haar vader. Zo’n leuke man. Hij is fysisch geoloog, kan op vakantie resoluut de auto aan de kant zetten als hij in het gesteente een prachtige ‘ontsluiting’ ziet. Haar moeder: Fijn dat je geen gynaecoloog bent!
Veel gesprekken in huis. Politieke betrokkenheid. Met z’n allen om de tafel. Lekker eten. Eén glas wijn erbij. Een paradijs.
De middelbare school. Te laat komen. Spijbelen. Met vriendinnen naar de stad. Opstand tegen het autoritaire gezag. Brutaal. Dan krijgt zo’n leraar te horen: En nou is het afgelopen! Ik wil gewoon niets meer van je horen.
Na het VWO gaat ze naar het Koninklijk Conservatorium. Haar droom is een zangeres te zijn als Renate Tebaldi. Die muziek. Op dat podium staan. Elke nacht slaapt ze in met haar plaatje op. Haar zussen weten het zeker: Eef, jij wordt gewoon een wereldster. Dat ziet ze zelf anders. Zingen hoort bij haar. Maar ze wordt -nu nog steeds- gevoed door een productieve twijfel. De weg is lang. Zoals het hoort.
Eva is 24 als haar moeder ernstig ziek wordt. En overlijdt. Alles stagneert. De vreugde is verdwenen. Ze is een tijdlang werkloos. Veel vruchteloze audities. Maar haar familie en vrienden overtuigen haar. Doorzetten. Het gaat je lukken. Ze probeert zich te bevrijden van het zwarte gevoel.
Ze maakt zich los van het conservatorium. Het is een gevecht. Ze kiest voor een andere leraar. James McCray, een sleutelfiguur. Zo’n trauma maakt dat je op jezelf wordt teruggeworpen. Door de beproeving ontdek je je eigen kracht. En haar stem. Haar werkelijke stem. Wat ze daar mee kan.
Ze werkt jaren in Stuttgart. Daar leert ze zoveel. Fijn theater, hele goede regisseurs en dirigenten. Mooie rollen. Ze leert langzaam om met de druk om te gaan. Die is groter in de operahuizen waar ze nu zingt. Zoals de Royal Opera House in Londen. Daar heeft ze de hoofdrol in een nieuwe, fantastische, zeer actuele opera over
Anna Nicole Smith. Serveerster, stripper, sex-icoon, controversiële miljardairsweduwe. Tragisch leven, vroege dood. Ze is ontroerd door deze vrouw. Geestig, krachtig, onschuldig ook. Een moderne heldin. De rol is zeer veeleisend. Ze werkt als in een trance. Een productie met geweldige mensen zonder ego’s. Dat is het mooiste. Dat wil zij ook: geen puberale opstandigheid, dienstbaar zijn aan het geheel. Geen allures. Co-opera.
In hetzelfde Londen van haar soulmate Darren Fox. Een paar jaar geleden. Darren is 41 en sterft plotseling. Het zwarte gevoel is weer helemaal terug. Ze stort in. Stem weg. Werk afgezegd. Ze komt in contact met iemand die aan sjamanisme doet. Die concludeert: je hebt geen vreugde. Maak je niet los van degene die je zo mist. Haal het naar je toe. Vergeet niets. Sla het op, zodat het deel wordt van je DNA. Verinnerlijk al die herinneringen. Nu kan ze weer goed in Londen zijn. Bij Covent Garden is een herinneringsbankje met zijn naam.
Ze heeft het verdriet kunnen omdraaien. Haar droom is gerevitaliseerd. Er wacht nog veel moois. En er is altijd Den Haag. Haar stad, waar ze met haar man Frank en hond nabij het Anna Paulownaplein vertoeft. De meeuwen. De zee. En een eigen park: Het Westbroekpark, genoemd naar haar overgrootvader. En vooral... de vreugde.