Kopstukken
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar Kopstukken

Aus Greidanus
Helga Ruebsamen
Johan Doesburg
Karel de Rooij
Anton Corbijn
Bas Muijs
Jiri Kylian
Marcel van Eeden
Yvonne Keuls
Louis Behre
Paul van Vliet
Marnix Rueb
Bart Chabot
Eva Maria Westbroek
Cesar Zuiderwijk
Wim de Bie

Louis Behre

Het thema van de Boekenweek was dit jaar Geschreven Portretten.
Daarom schreef ik (op basis van een uitgebreid interview) voor de tentoonstelling
Kopstukken (te zien t/m 20 april a.s.) in de Centrale Bibliotheek aan het Haagse Spui de afgelopen maanden 16 portretten van vooraanstaande figuren uit het Haagse Culturele leven.
Zo ook van:

LOUIS BEHRE

Louis Behre (Tielt, 1947) is een componist. Een componist van festivals. Bovenal het Crossing Border Festival. Zijn geesteskind, dat hij vanaf 1993 organiseert. Het eerste jaar in een Haags kraakpand, na vele omzwervingen, onder andere in Amsterdam, nu in de Koninklijke Schouwburg en omgeving. Een dorpsplein waar de hele wereld komt. Met Louis als vanzelfsprekende spin het web. Hij bewijst dat het ook in Nederland mogelijk is om van krantenjongen miljonair te worden. Dat moeten we niet zozeer financieel opvatten. Maar het gaat erom dat je met een idee en heel hard werken een festival kan creëren, dat na 18 jaar één van de grotere in Nederland is. Fameus ook buiten de landsgrenzen.
Hij wordt geboren in België. Het land van zijn moeder. Zijn vader is een Haagse huisschilder. Ze hebben elkaar in de oorlog onder zeer moeilijke omstandigheden ontmoet. Louis is zeven, als het gezin naar Den Haag verhuist. Zijn moeder krijgt TBC en ligt drie jaar in een Schevenings sanatorium. Louis gaat bij zijn Belgische oom en tante wonen. Hij wil niet naar school. Dat gebeurt pas op zijn elfde als hij weer naar Den Haag komt. Louis spreekt een onverstaanbaar Vlaams dialect. Is veel ouder dan de andere kinderen. De ideale opleiding tot autodidact. Hij vindt het achteraf geen slechte start van zijn leven. Zijn eigen gang gaan, dat past bij hem. Dat had zijn vader ook. Gecontroleerd worden, dat is verschrikkelijk. Nu nog. Als hij zich bij een commissie moet verantwoorden, heeft hij binnen twee minuten ruzie. Maar hij is niet eigenwijs. Hij luistert naar de mensen om hem heen. Zijn vrouw, zijn zoon. Hij is niet de paus van zijn festival. Hij vindt het leuk om rond te lopen, af en toe een handje te geven, een biertje te drinken.
Maar eigenlijk is hij helemaal niet een sociaal mens. Hij is heel graag alleen. Maar hij is ook niet asociaal. Het is niet zozeer dat hij mensen met elkaar wil verbinden. Hij wil iets moois maken. Iets bijzonders. Dat hij zelf helemaal te gek vindt. En dáár moet een publiek voor zijn. In die zin voelt hij zich een kunstenaar. Zijn grote voorbeeld is Paul Acket, de man die het North Sea Jazzfestival ‘componeerde’. Hij heeft nog voor hem gewerkt. Met dat componeren ben je maanden bezig. Met organiseren een heel jaar.
Louis is wel artistiek geschoold. Hij volgt de Vrije Academie. Beeldhouwen. Hij is altijd met kunst bezig geweest. Hij verzamelt boeken, schilderijen. Heeft nooit de behoefte gehad om een auteur, dichter of muzikant te worden. Wel was hij graag beeldend kunstenaar geworden. Nu maakt hij het Gesamtkunstwerk ‘Crossing Border’. De reden van het succes is dat hij niet een te intellectuele visie of smaak heeft. Hij is heel kritisch, maar hij vindt heel veel dingen leuk. En het blijkt dat de bezoekers daarin meegaan. Het festival is natuurlijk wel een intellectueel geheel, maar niemand ervaart dat zo. Het geheim is de sfeer. Een sfeer zoals op het oude North Sea Jazzfestival. Wereldsterren worden er normale mensen. Geen heldenverering. Geen dranghekken. Er is nog nooit een vechtpartij geweest. Ze hebben nog nooit iemand buiten de deur hoeven zetten.
Kunstenaars zijn filosofen. Want filosofie is fantasie. Zij kunnen niet anders dan zichzelf zijn. Ze moeten een levenlang met hun orginaliteit doen. Ook Louis Behre is een onverstoorbaar man. Hij heeft ook zoveel gedaan voordat dit op zijn pad kwam. Hij werkt bij ministeries, maar is ook verpleger van terminale patiënten. In Amsterdam heeft hij enige tijd een boekwinkeltje. Met als specialisatie de Beat Poets. En ook Bukowski. Dichters die hij persoonlijk zal leren kennen. Met wie hij correspondeert. Hij verkoopt gemiddeld één boek per dag. Maar de winkel is wel een zoete inval voor kunstbroeders. Als hij een festival wil organiseren, aarzelt hij tussen een muziek- en een literatuurfestival. Dus allebei tegelijkertijd. Dat is de vondst. Crossing over. Hij verblijft nu deels in Antwerpen, deels in Den Haag.
Er is nog genoeg te doen. In de Border Kitchen in de Weimarstraat. Samen met zoon Michel andere festivals componeren zoals ‘Walk the Line’. En af en toe naar ADO. Louis is ex-ADO-voetballer. Speelt ooit met Dick Advocaat. Tegen Johan Cruijff. Als linksbuiten. Vanzelfsprekend.