Kopstukken
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar Kopstukken

Aus Greidanus
Helga Ruebsamen
Johan Doesburg
Karel de Rooij
Anton Corbijn
Bas Muijs
Jiri Kylian
Marcel van Eeden
Yvonne Keuls
Louis Behre
Paul van Vliet
Marnix Rueb
Bart Chabot
Eva Maria Westbroek
Cesar Zuiderwijk
Wim de Bie

Yvonne Keuls

Het thema van de Boekenweek was dit jaar Geschreven Portretten.
Daarom schreef ik (op basis van een uitgebreid interview) voor de tentoonstelling
Kopstukken (te zien t/m 20 april a.s.) in de Centrale Bibliotheek aan het Haagse Spui de afgelopen maanden 16 portretten van vooraanstaande figuren uit het Haagse Culturele leven.
Zo ook van:

YVONNE KEULS

Yvonne Keuls (Batavia, 1931) is een gangmaker. Dat wil ze als kind al worden, ook al weet ze niet wat het is. Haar oom is een gangmaker. Dat zegt haar moeder. Fascinerend woord. En dus wordt ze een gangmaker. Ze kan aangestoken worden door een oprechte verontwaardiging. Door een oprechte boosheid, een oprecht gevoel voor schoonheid, een oprechte liefde voor iets. En dat zet iets in werking. Als het niet oprecht is, kan ze dat niet opbrengen. Dat is haar natuur. Ze wil bij het leven horen. Intens. Volledig. Uitputtend. Met grote inzet en geloof. Dan levert ze alles in om het te kunnen doen.
Behalve haar persoonlijk leven. Dat is de basis. Familie, vrienden, katten, honden, huis, plezier, wandelen, uitgaan. Het schrijven vloeit daaruit voort. Ze is nooit ergens gaan zitten om erover te schrijven. Dan is ze er al, doet ze dat werk en wil ze iets op gang brengen. Elk schrijven is een stukje van haar leven.
Dat leven vangt aan in Indië. Haar vader is een Joodse wiskundige. Ingenieur, leraar, heel exact maar ook hartstochtelijk in alles wat hij doet. Hij valt voor de schoonheid van haar halfjavaanse moeder. Ook zij heeft dat vuur, geeft zich volledig als mens en in haar interesses. En is een groot vertelster.
In 1938 vertrekt het gezin naar Nederland. Uiteraard Den Haag. Door haar Joodse vader heeft het gezin het moeilijk. Vader en broers moeten onderduiken. Razzia’s. Hongerwinter 1944. Haar vader overleeft dit alles niet. Van hem krijgt ze voor haar leven mee: wees aimabel.
De V1’s vliegen over de stad. Storten vaak neer. De familie luistert naar het geluid, het geruststellende ruisen, of niet, en telt de seconden. De laatste twee jaren van de oorlog slaapt ze eigenlijk niet. Nu nog kunnen de maandelijkse sirenes haar verlammen. Met een sleetje door het Westland om eten te halen. Boeren die haar gewoon terugsturen. Als na de oorlog de familie van haar moeder naar Nederland komt, horen ze de gruwelijke verhalen over de gebeurtenissen in Indië.
Voor Yvonne komt het einde van de oorlog net op tijd. Ze heeft TBC en wordt gered door de penicilline. Daarna bloeit het oorlogskind op. Ze neemt zich voor: als je dit overleeft, dan kan je alles aan. En die kracht moet je ook gebruiken.
Een volledig nieuw leven wacht. Er is niets, behalve het elan. Ze ontmoet Rob Keuls. Hij heeft in het jongensjappenkamp gezeten. Tropenzweren tot op het bot. Wordt nauwelijks behandeld. Is daaraan pas onlangs geoperereerd. Rob is negentien. Heeft alleen lagere school. Krijgt twee jaar om zijn HBS-B te halen. Rob en Yvonne moeten hard werken om hun plaatsje te bemachtigen. Yvonne is onderwijzeres. Studeert levensverzekeringswiskunde. Schrijft voor de krant. Maar het bewustzijn om het land op te bouwen is een geweldig gevoel. Ze krijgen drie dochters. Dan komt de pil, wie weet hoeveel kinderen er anders geboren waren.
Ze bewerkt de Boeken der Kleine Zielen van Couperus voor televisie. Enorme klus, drie jaar werk. In Yvonne verenigen zich verteltalent en gevoel voor structuur. Al haar werken hebben die dramatische constructie. Zij streeft naar toegankelijkheid. En ze wil iets in gang zetten.
Ze schrijft tien jaar lang sociale romans. Jan Rap en z’n maat. Het verrotte leven van Floortje Bloem. De moeder van David S. Vanuit de praktijk rolt ze er in. Ontdekt misstanden. Doet onderzoek. Is klokkenluider. Maar ze klaagt aan in romanvorm. Toch dreigt het systeem haar te vermalen. Ze weet te veel, maar laat zich de mond niet snoeren. Lef. Onverzettelijkheid.Woede. Dat oorlogskind. Dan komt er een moment dat ze stopt. Ze kan haar dierbaren niet aan de gevolgen van haar schrijven blootstellen.
Na deze hectiek wil ze zichzelf een plaats geven. Terug naar de bron. Ze gaat schrijven over Indië. Warmte, geborgenheid, de overweldigende natuur. Over mevrouw haar moeder. Moeder-dochter: een oerverhouding. En over haar vader.
Ze schrijft over zoveel onderwerpen. De weerslag van een rijk leven. Haar werk is succesvol. Wordt al decennia gelezen, gespeeld en verfilmd.
Gangmaker. Oorlogskind. Moeten overleven. En dan is kunst de behoefte om vorm te geven wat je anders kapot maakt. Gebruik die fantasie. Droom. Maar ga nooit op zeker. En wees aimabel.