Kopstukken
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar Kopstukken

Aus Greidanus
Helga Ruebsamen
Johan Doesburg
Karel de Rooij
Anton Corbijn
Bas Muijs
Jiri Kylian
Marcel van Eeden
Yvonne Keuls
Louis Behre
Paul van Vliet
Marnix Rueb
Bart Chabot
Eva Maria Westbroek
Cesar Zuiderwijk
Wim de Bie

Marcel van Eeden

Het thema van de Boekenweek was dit jaar Geschreven Portretten.
Daarom schreef ik (op basis van een uitgebreid interview) voor de tentoonstelling
Kopstukken (te zien t/m 20 april a.s.) in de Centrale Bibliotheek aan het Haagse Spui de afgelopen maanden 16 portretten van vooraanstaande figuren uit het Haagse Culturele leven.
Zo ook van:

MARCEL VAN EEDEN

Marcel van Eeden (Den Haag, 1965) is geen tekenaar. Volgens hemzelf dan, want de rest van de wereld ziet hem wel als zodanig. In binnen- en buitenland is hij zeer succesvol. Hij vindt niet dat hij kan tekenen. Maar hij kan wel heel goed een slechte tekening die dreigt te ontstaan in goede banen leiden. Het gaat meer om het idee, het concept, dan om hoe het er uit ziet. Dat moet wel mooi en goed zijn, dat is belangrijk, maar niet het belangrijkste. Een tekening moet op heel veel niveau’s werken. Als mooie tekening, maar ook als intrigerend geheel voor de fijnproever die de achtergronden kent. Het maken is wel een grotendeels intuïtief proces. Maar het is niet-naïef in gang gezet. De uitgangspunten zijn vastgesteld en die kloppen. Als hij daarvan uitgaat, dan heeft hij heel veel vrijheid om intuïtief aan het werk te gaan. Dan is er ook vaak verbazing over wat er ontstaat. Dat is wat talent heet: dat je intuïtief dingen in elkaar zet die kloppen.
Marcel van Eeden tekent zijn voorleven. Hij baseert zich op foto’s en afbeeldingen uit de tijd dat hij er nog niet was. Dat is zijn grondidee. En daarop varieert hij al 17 jaar. Het blijft hem fascineren. Dat hij een wereld en het daarbij behorende licht uit een tijd voor zijn bestaan, kan zien. Licht is een moment, is tijd, het valt maar één keer en maakt dat ene moment zichtbaar.
Het is begonnen met poëzie. Thuis zijn er weinig boeken. Wel een vader die vertegenwoordiger is. In tekenmachines. Een vrijheidszoeker. Hobbyfotograaf. Een man die horloges repareert. Die collages maakt van onderdelen. Hij is heel goed met zijn handen. Hij kan alles maken. In een ander tijdsgewricht zou hij misschien een kunstenaar zijn. Nu, in ieder geval, klimt hij op tot Hoofdzwartepiet van Den Haag. Op filmpjes in het Haags Gemeentearchief kun je hem in functie zien.
Ze wonen in Leidschendam in een flat, die nu nog vaak in dromen aan Marcel verschijnt. De kelders. De galerijen. En niet alleen in dromen. Veel later zal hij de opdracht krijgen diezelfde flat met tekeningen te versieren. Toeval?
Via een vriendinnetje in Benoordenhout met hippie-ouders en volle boekenkasten ontdekt hij de gedichten van Gerrit Achterberg en Lucebert. Gerrit Achterberg die in zijn poëzie de gestorven geliefde middels de toverkracht van het woord probeert op te roepen. De grens tussen leven en dood wil slechten. Lucebert, het dubbeltalent, dat met taal én verf werelden oproept.
Rond het omineuze jaar 1984 gebeuren er beslissende dingen. Zijn vader overlijdt. Het gaat uit met zijn vriendinnetje. Marcel begint Achterbergiaanse gedichten te schrijven vol omkeringen, nee wordt ja, om de verlorenen terug te halen. Tot leven te wekken. De gedichten worden niet uitgegeven. Lucebert zet hem op het spoor van de beeldende kunst. Hij vraagt wascokrijt voor Sinterklaas. Dat krijgt hij, al is het niet meer van Zwarte Piet. Op de Academie in Den Haag herkennen ze de noodzaak van zijn werk. Hij leert er, vindt zijn weg en ze helpen hem na zijn afstuderen verder de (kunst)wereld in.
Ooit heeft hij drie maanden op een kantoor bij Nationale Nederlanden gewerkt. Dat nooit. Hij wil vrijheid, zoals zijn vader. Weg uit een wereld van verplichtingen. Kunst biedt een uitweg. Een ontsnapping. De omkering, het anti-leven. Alles op zijn kop tekenen. Hij ziet werken van Baselitz. Die doet dat al. Hij gaat grijze werken maken met daarop een datum van voor hij er was. Hij ziet On Kawara. Dat lijkt daar erg op. Hij is gefascineerd door zondagschilders. De wereld namaken op je zolderkamer. Het basis-idee vormt zich. Het tekenen van het voorleven.
Hij is geboren op 22 november 1965. Twee jaar na de moord op Kennedy. Het eerste wereldwijde media-event. De wereld kantelt. Het is de geboorte van de moderne tijd.
Nu woont hij in Zürich, een stad die hem erg aan het droomachtige Den Haag doet denken, waar hij nog vaak is. Niet hip, waardoor je er goed kan werken. Hij reist door de wereld met zijn kunst, praat daarover. En verkoopt. Als een soort vertegenwoordiger van zijn eigen spullen. Het voorleven tekenend, maar in dít leven.