Kopstukken
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar Kopstukken

Aus Greidanus
Helga Ruebsamen
Johan Doesburg
Karel de Rooij
Anton Corbijn
Bas Muijs
Jiri Kylian
Marcel van Eeden
Yvonne Keuls
Louis Behre
Paul van Vliet
Marnix Rueb
Bart Chabot
Eva Maria Westbroek
Cesar Zuiderwijk
Wim de Bie

Anton Corbijn

Het thema van de Boekenweek was dit jaar Geschreven Portretten.
Daarom schreef ik (op basis van een uitgebreid interview) voor de tentoonstelling
Kopstukken (te zien t/m 20 april a.s.) in de Centrale Bibliotheek aan het Haagse Spui de afgelopen maanden 16 portretten van vooraanstaande figuren uit het Haagse Culturele leven.
Zo ook van:

ANTON CORBIJN

Anton Corbijn (Strijen, 1955) is een zoeker. Je kunt je leven heel erg uitstippelen. Dat heeft hij niet gedaan. Hij heeft altijd intuïtieve beslissingen genomen. Die achteraf uitstekend hebben gewerkt. Het leven is een zoektocht, maar Anton is ook laconiek. Hij woont op prachtige plekken. Maar is hij er weg, dan heeft hij geen heimwee. Hij probeert in het nu te leven. En naar de toekomst te werken. Altijd met nieuwe dingen bezig. Maar het verleden is er ook.
Anton wordt geboren in Strijen. In de Hoekse Waard. Oudste van vier kinderen. Vader is dominee, moeder ex-verpleegster en ook vooral vrouw van de dominee. Zo gaat dat in zo’n dorp. Ze zijn bevriend met het gezin van de dokter. De notabelen. Vader is in deze strenggelovige gemeente misschien een iets te lichte dominee. Die heeft een moeilijke tijd daar. Maar Anton ervaart het er als streng.
Het licht, de weidsheid, het boerenleven, de luchten. Het is allemaal van grote invloed geweest op Anton. Altijd buiten spelen. Op de tractor rijden. In 2001 gaat hij naar Strijen terug. Om te kijken waar bepaalde obsessies en interesses vandaan komen. Eenzaamheid. Muziek.
Op het eiland is niets. Wat van buiten komt, via radio en televisie, speelt een buitenproportionele rol. Vooral de muziek. The Beatles! Elders gebeurt er iets veel interessanters. Daar wil hij bij horen. Doordat zijn vader een zeer nerveuze autorijder is, komen ze niet vaak van het eiland.
In Strijen is er veel veranderd. Rotterdam ligt nu vlakbij. Het eilandgevoel is verdwenen. Tunnels. Bruggen. Zijn geboortehuis, het water erachter, de locaties die nu nog zijn dromen stofferen, blijken zo klein te zijn.
Als hij elf is, verhuist het gezin naar Hoogland. Amersfoort, de grote stad, komt binnen handbereik. Een totaal andere wereld. Daarna Groningen. Steeds meer opwinding. En steeds dichter bij de muziek.
De liefde voor die muziek brengt Anton aan het fotograferen. Hij is verlegen, denkt dat iedereen naar hem kijkt. Maar met de camera van zijn vader weet hij zich een houding te geven. Heeft een alibi om dicht bij de muzikanten te komen. In de Oosterpoort. Jazz. Blues. Folk. Hij fotografeert zijn favoriete groep Solution op de Grote Markt. Zijn foto’s worden in een blad geplaatst. Per toeval fotograaf.
Goed, zijn overgrootvader tekent, zijn grootvader is schilder, maar zijn ouders zijn niet bepaald artistiek. Hij verhuist naar Den Haag, waar je aan de M.T.S. fotografie kan studeren. Verblijft daar maar kort. Anton klampt zich vast aan zijn fototoestel. Dat brengt hem dicht bij zichzelf. Hij is met zwart-wit bezig. Zware luchten. Grofkorrelig. Zelf afdrukken. Een ambacht. Jarenlang steeds beter geworden. Autodidact.
Hij kan het alleen op zijn eigen manier. Je handicap is je sterkste wapen. Niet de camera, maar jij maakt zelf het verschil. Jouw handschrift. Hij fotografeert altijd mensen. Is in de kern een portretfotograaf. Daarom is hij nu ergens. Hij werkt langdurig met dezelfde mensen. Verdiept zich in hun psyche. Dan kan je iets anders laten zien. De langere momenten rondom het moment van afdrukken zijn zeer bepalend. Hij stelt zich dienend op. Dat heeft hij van zijn vader. Zelf ben je niet belangrijker dan anderen. Ze noemen zijn foto’s iconisch. Stil verzet tegen het calvinistische milieu? Niet bewust.
Zijn muziekfoto’s worden in Oor afgedrukt. Live optredens en portretten.
Op een zeker moment is Nederland niet meer ideaal. Men vindt zijn werk te donker, te zwart-wit. Hij fotografeert de Nederlandse top. Brood. The Earring. Gruppo. Doet ook platenhoezen. Hij is 24 jaar.
Dan leert hij Joy Division kennen. Te gekke muziek. Hij wil zijn waar die muziek is. Anton verhuist naar Engeland. Hij zal er dertig jaar wonen. Muziek is een veel natuurlijker onderdeel van het leven in Engeland. Het is erop of eronder. Dat geldt ook voor Anton en zijn fotografie. Dat is zijn enige houvast in het leven. Hij werkt meteen hard. Maakt video’s. Op verzoek van zijn muziekvrienden. Want het kan beter. Met meer liefde. Ontmoet veel mensen. Rolt van het één in het ander. Drang. Onrust. Arbeidsethos. Zo gaat het steeds. Maakt nu ook films. Ontwerpt.
Zoals de vlieger. Het internationale logo van Den Haag. De stad waar de wereldburger Anton Corbijn naar is teruggekeerd. Zich fijn voelt.
Als hij er is.