Kopstukken
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar Kopstukken

Aus Greidanus
Helga Ruebsamen
Johan Doesburg
Karel de Rooij
Anton Corbijn
Bas Muijs
Jiri Kylian
Marcel van Eeden
Yvonne Keuls
Louis Behre
Paul van Vliet
Marnix Rueb
Bart Chabot
Eva Maria Westbroek
Cesar Zuiderwijk
Wim de Bie

Karel de Rooij

Het thema van de Boekenweek was dit jaar Geschreven Portretten.
Daarom schreef ik (op basis van een uitgebreid interview) voor de tentoonstelling
Kopstukken (te zien t/m 20 april a.s.) in de Centrale Bibliotheek aan het Haagse Spui de afgelopen maanden 16 portretten van vooraanstaande figuren uit het Haagse Culturele leven.
Zo ook van:

KAREL DE ROOIJ

Verbazing en verwondering. Daar draait het om bij Karel de Rooij (Den Haag, 1946). Dat is de essentie van kunst. Niet alleen voor de kunstenaar. Ook voor de mensen die er naar kijken. Ze gaan naar het circus, jong en oud. Alle lagen van de bevolking. Ze worden in het complot betrokken. Ze ervaren de verbazing. Dat mag ons door geen enkele regering ontnomen worden. Kunst en cultuur maken de verbinding tussen jong en oud en alle bevolkingsgroepen.
Vanaf zijn jongste jeugd speelt Karel. Op straat: voetballen, maar ook goochelen. Het goochelboekje heeft hij nog. Altijd op zoek naar theatrale dingen. Als mannetje van vijf staat hij in een geheel gevuld K&W-theater met een clownsnummer. Bijzonder? Ach, hij komt uit een artiesten/muzikantenfamilie. Zijn vader is de zeer begaafde jazz-pianist Nico de Rooij. Hij begeleidt voor de oorlog Louis Davids tijdens zijn legendarische voorstellingen in het Kurhaus. Zijn moeder Mimi speelt viool in symfonieorkesten en is Stehgeiger. Zij kan spelen wat er gevraagd wordt. Een uitstervend ras.
Zijn oudere broer Nico zal een bekend pianist worden. Zijn dochter Caroline is jazz-zangeres. De zwaarte van deze dynastie voelt hij niet. Hij is zijn eigen zijweg opgegaan. Als theatermaker.
Hij dreigt een wonderkind te worden. Zijn moeder grijpt in. Er is meer in het leven dan succes. Hij komt net als zijn pianoverslaafde broer terecht op de Vrije School. Dat heeft hem een bredere kijk op de wereld opgeleverd.
Zijn vader overlijdt plotseling. De man werkte van vier tot vier. Karel is dan elf. Bij de begrafenis wordt het Stationsplein afgezet. De herinneringen aan zijn vader zijn vermengd met de verhalen van anderen. Wanneer tijdgenoten als Eddy Christiani en Frans Poptie over zijn vader vertellen is hij de gelukkigste man van de wereld.
Vanaf zijn zevende heeft hij serieus vioolles. Bij de strenge leraar Buziau (geen familie van de clown). Ook de trombone trekt zijn aandacht. Om dat instrument ook te leren beheersen gaat hij naar het Koninklijk Conservatorium. Hij is steeds klassieker bezig. Hij speelt met zijn moeder en broer in één orkest. Op een dag vervangt hij zijn leraar in het Residentie Orkest. Daar maakt hij dirigent Bruno Maderna mee. Zijn theatrale verschijning intrigeert hem. De zijweg lonkt.
Tom Manders, bij het grote publiek bekend als Dorus, zoekt jong theatertalent. Op de auditie speelt hij klassieke muziek. Maar Tom Manders weet, uit de trotse verhalen van vader De Rooij, dat hij een clownsnummer heeft gehad. Uit vierhonderd kandidaten worden er tien uitgezocht. Daar is ook Peter de Jong bij. Heel hard werken, hij kent het van zijn ouders. Het is net de tien kleine negertjes. Karel en Peter blijven over. Mini en Maxi. Dat duo ontstaat pas na de leerperiode bij Tom Manders. Als je het twee jaar bij mij uithoudt, is je kostje gekocht, had de meester gezegd. Manders kampt met grote persoonlijke problemen en zal niet lang daarna, veel te jong, overlijden.
Bij Karel en Peter staan discipline en matigheid hoog in het vaandel. Werk is zeer belangrijk, maar de familie ook. Daarom zal ooit een langdurig aanbod uit Amerika worden afgeslagen.
Karel leert zijn vrouw Yvonne kennen op een carnavalschnabbel in Best. Zij maakt deel uit van het clownsnummer De Rubati’s, nota bene oude bekenden van zijn ouders. Via haar komt hij in contact met Toon Hermans. Hij heeft Mini en Maxi op televisie gezien, vindt alles geweldig, behalve de naam. Als Toon tachtig is, komt hij daar op terug. Mini en Maxi staan voor eigen genre. Ook internationaal. Een unieke zijweg.
Het succes is er snel, maar de grote doorbraak komt met de woordenloze voorstelling ‘Sprakeloos’. Die raakt de kern van hun kunstenaarsschap. Ze werken van binnen naar buiten. Met de poppenkast van de showbizz houden zij zich minder bezig. Het gaat om de voorstelling. Om de creativiteit, de ambachtelijkheid, de muzikaliteit en de theatraliteit. Daaruit ontstaat die universele hilariteit, ontroering, verbazing en verwondering. Na de blessure van Peter, die het Mini en Maxi-variété onmogelijk maakt, volgen gezamenlijke acteurs-projecten. Een musical over leermeester Tom Manders gaat vooralsnog niet door. De kwaliteitseisen van Karel en Peter zijn onverminderd hoog. Jong talent wordt begeleid. En Karel blijft genieten van Den Haag. Zijn eigen wonderlijke, verbazingwekkende stad.