Kopstukken
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar Kopstukken

Aus Greidanus
Helga Ruebsamen
Johan Doesburg
Karel de Rooij
Anton Corbijn
Bas Muijs
Jiri Kylian
Marcel van Eeden
Yvonne Keuls
Louis Behre
Paul van Vliet
Marnix Rueb
Bart Chabot
Eva Maria Westbroek
Cesar Zuiderwijk
Wim de Bie

Aus Greidanus

Het thema van de Boekenweek was dit jaar Geschreven Portretten.
Daarom schreef ik (op basis van een uitgebreid interview) voor de tentoonstelling
Kopstukken (was te zien t/m 20 april) in de Centrale Bibliotheek aan het Haagse Spui de afgelopen maanden 16 portretten van vooraanstaande figuren uit het Haagse Culturele leven.
Een glossy uitgave van deze portretten is te verkrijgen in de Haagse boekwinkels.
Zo interviewde ik ook:

AUS GREIDANUS

Clown zijn. Dat is volgens Aus Greidanus (Amsterdam, 1950) de diepste theatrale ervaring. Al meent hijzelf dat hij die gestalte nooit heeft aangenomen. Het gaat hem niet om de circusclown, maar om de diepere tragi-komische figuur. Want wie een goed clownsnummer weet te maken, kan ook Hamlet spelen. Met de technieken van Chaplin, Grock en Marx Brothers. Niet zozeer het nummer is van belang, maar de persoonlijke verhouding tot wat hij maakt. De clown speelt een rol, maar vermengt dat met een persoonlijk engagement. Een emotioneel en ook sociaal engagement. Die clown heeft zijn eigen signatuur. In zo’n nummer kan hij zich niet vasthouden aan Shakespeare of Molière, maar moet hij optimaal zijn persoonlijkheid en zijn elementaire existentie inzetten. En dan gaat hij – heel wonderlijk – als acteur een grens over ten opzichte van een gespeelde rol. Het acteursvak bestaat bij de gratie van de herkenning, de toeschouwer wordt naar een rol of een voorstelling toegetrokken omdat hij zijn eigen voorstelling maakt. Vanuit die clownsmentaliteit wordt aan het basale geraakt, het gaat over liefde, woede, eenzaamheid of doodsangst. Dat wordt gesublimeerd. Maar het is ook onbeschaamd.
Waar Aus Greidanus (ook als regisseur) de mensen het meest raakt, is waar hij een appèl doet op hun elementaire verbeelding. Dat gaat niet in de richting van decors, kostuums, multimedia, theatertrucs. Het kale, de poppenkast, die directe lijn is het meest interessant. De theaterwetten zijn door de eeuwen heen niet veranderd. Doordat komedie en tragedie elkaar afwisselen worden de contrasten scherper. Maar daarbinnen speelt de eigenheid, het vermogen om clown te durven zijn, een beslissende rol.
Aus Greidanus, acteur, regisseur, artistiek leider van toneelgroep De Appel, weet uit de rijkdom van zijn leven feilloos de beslissende momenten te halen. Jong en aanstormend, gehuwd met de fenomenale actrice Sascha Bulthuis, vader van drie kindertjes, wordt hij door Erik Vos vlak voor weer zo’n typerende jarenzeventig ensemblevergadering apart genomen. Aus vermoedt dat hij te horen krijgt dat hij de hoofdrol in de Oresteia zal gaan spelen, het komende Appel-spektakel. De man die zijn leermeester zal worden vertelt hem dat wat hij doet ‘niets is’. Hij kan maar beter iets anders gaan doen, tekenen bijvoorbeeld. Hij krijgt nog één kans. Monologen instuderen. Lessen nemen. En dan misschien een zwijgend rolletje. Het is erop of eronder. Die klap is het grootste cadeau dat hij ooit kreeg.
Hij is opgegroeid in een toneelklimaat. Zijn vader is zakelijk leider van diverse toneelgezelschappen en schouwburgdirecteur. Met de wens om acteur te zijn. Maar te weinig onbeschaamd, aldus zijn zoon. Te weinig durf om zichzelf prijs te geven. Aus vindt zichzelf geen groot acteur, maar die lef heeft hij wel.
Al gaat hem dat soms, bijvoorbeeld in jonge minnaar-rollen, minder af. Slechteriken liggen hem beter. Een SS’er in Ghetto is makkelijker te spelen dan de Candide van Voltaire. Het blijft zoeken naar die eigenheid.
Intelligentie is daarbij niet beslissend. Ko van Dijk, geen intellectueel, is tenslotte één van de allergrootsten. Die stelt zich, ongetwijfeld onbewust, kwetsbaar op en roept daardoor die herkenning bij het publiek op. Ook, als je het terugziet, nu nog. Net zoals de oude Kraaykamp. Een clown pur sang, met de gave om heel persoonlijk te zijn.
Na een rijke carrière als acteur komt er een tweede cruciaal moment. Aus is net aangetreden als opvolger van Erik Vos, als De Appel met opheffing wordt bedreigd. Het is wederom to be or not to be. Subsidieverstrekkers als staatssecretaris (en achterbuurman) Aad Nuis en wethouder Louise Engering houden het toneelgezelschap à titre personnel de hand boven het hoofd. Maar Aus weet dat hij het op zijn manier moet doen. Met de mensen die met hém mee willen gaan. Daarbij horen harde beslissingen. Pijnlijke ontslagen. Het Appeltheater wordt, na overwonnen twijfel, het toneel van spektakelstukken als Tantalus en Tuin van Holland. Juist hun onwaarschijnlijke lengte en volheid maakt Appel-voorstellingen tot exclusieve belevenissen. In het zap-tijdperk zijn dit soort ervaringen ongekend.
Sindskort is hij intendant van Den Haag Culturele Hoofdstad 2018. Zijn uitgangspunt is de eigenheid van de stad. Die onvergelijkbare historische en culturele persoonlijkheid. Vanuit die signatuur wil hij de creativiteit coachen. Ergo: Niet doen wat de anderen doen. Den Haag als unieke clown.