December 2006
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar December 2006

Hangen (31-12-06)
Hapje 4 (30-12-06)
Hapje 3 (29-12-06)
Hapje 2 (28-12-06)
Hapje 1 (27-12-06)
Kerstverhaal II (26-12-06)
Kerstverhaal I (25-12-06)
Jarig (24-12-06)
Kerst-tips (23-12-06)
Eindejaars! (22-12-06)
Opa (21-12-06)
Digi-wijsheid (20-12-06)
Nieuwe Revu (19-12-06)
Raar blaadje (18-12-06)
Kiesdrempel (17-12-06)
Robert Long (16-12-06)
Formeren! (15-12-06)
Kerstbomen (14-12-06)
Pinochet (13-12-06)
Donkere trein (12-12-06)
Pakjesavond (11-12-06)
Winter (10-12-06)
Hans (9-12-06)
Geluk! (8-12-06)
Sintstaartje (7-12-06)
6 December (6-12-06)
Professional (5-12-06)
Blaadje (4-12-06)
Ethioop (3-12-06)
2 December (2-12-06)
Sintrijmen (1-12-06)

Pinochet (13-12-06)

Het is alweer bijna een jaar geleden dat wij in het heerlijke land Chili arriveerden.
Rillend en naar adem happend waren we uit het hoge, koude Bolivia vertrokken en nu stonden we opeens in de zomer op de zanderige luchthaven van Arica, de meest noordelijke stad van Chili.
Zo omschreef ik het in mijn reisdagboek:

Arica! Een vrolijk stadje waar het nooit regent. Zomer! We stijgen op van La Paz, wippen over enige Andes-reuzen en beginnen eigenlijk onmiddelijk te dalen. Een grote golvende zandvlakte ligt onder ons en daar in de verte zien we het lokkende blauw van de grote oceaan.
Wij zijn weer op aarde. Ademen gaat als vanzelf. Een trapje wordt moeiteloos bestegen. Warmte omringt ons. De taxi brengt ons naar de stad Arica, die gedomineerd wordt door een enorme rots, El Morro en natuurlijk de eeuwig ruisende grote zee.
Nou ja, eeuwig ruisend, in de jaren zestig is hier een onwaarschijnlijke tsunami langs gekomen. De lieve straatjes van Arica spoelden weg en diep in het achterland (de woestijn) landde een –volgens de overlevering) ongeschonden schip. Borden langs de boulevard geven nog steeds de vluchtroute aan in het geval van een vloedgolf.
Wij nemen ons intrek in het pension van Marie-Jeanne en David, een semi-bejaard liefdevol duo. Hij -als zovelen- slachtoffer van het Pinochet-regime en daarna vluchteling (meer dan een miljoen zwermden er uit over de aarde), zij zijn Franse geliefde, die spaans spreekt met het Franse accent op de laatste lettergreep. Een zeer aan te raden restaurant is volgens haar het aan de zee gelegen Maracu-yá. Ze heeft absoluut gelijk.
De pensionado’s zijn sedert acht jaar weer in Chili, waar de democratie inmiddels heerst en de welvaart met dank aan de rijke aarde zichtbaar is in de porties op de terrassen en het schuddend flaneren van bulpend zomervlees.
De Chilenen hebben vakantie en ogen zo anders dan het taaie, bemodderde volk op de Boliviaanse hoogvlakte.
Noord-Chili is een woestijn, de droogste, wellicht ook de leegste plek op aarde, maar koper en andere schatten zijn opgespoord en zorgen ervoor dat dit het rijkste land van Zuid-Amerika is.


Marie-Jeanne en David zijn blijmoedige mensen. David sukkelt met zijn gezondheid, kan steeds slechter zien, gevolg van Pinochet-martelingen. Ook Pedro, de gids die ons later de bizarre natuurwonderen van de Atacama-woestijn zal tonen, heeft als vluchteling jaren in Luxemburg gewoond. Hij spreekt niet graag over de Pinochet-jaren.
Inmiddels hebben vele slachtoffers kunnen terugkeren naar hun land.
Altijd te weinig om degenen die nooit meer terugkwamen te doen vergeten.
Het meisje dat ons in een cafetaria op Rapa Nui (Paaseiland) van smoothies en een sandwich voorziet, een stageaire uit Santiago, komt uit een ander milieu.
Pinochet heeft veel goeds voor het land gedaan.
Zo denken ze er bij haar thuis over.

Helaas is de schoft niet berecht, maar verder moeten we om zijn dood niet treuren.