December 2006
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar December 2006

Hangen (31-12-06)
Hapje 4 (30-12-06)
Hapje 3 (29-12-06)
Hapje 2 (28-12-06)
Hapje 1 (27-12-06)
Kerstverhaal II (26-12-06)
Kerstverhaal I (25-12-06)
Jarig (24-12-06)
Kerst-tips (23-12-06)
Eindejaars! (22-12-06)
Opa (21-12-06)
Digi-wijsheid (20-12-06)
Nieuwe Revu (19-12-06)
Raar blaadje (18-12-06)
Kiesdrempel (17-12-06)
Robert Long (16-12-06)
Formeren! (15-12-06)
Kerstbomen (14-12-06)
Pinochet (13-12-06)
Donkere trein (12-12-06)
Pakjesavond (11-12-06)
Winter (10-12-06)
Hans (9-12-06)
Geluk! (8-12-06)
Sintstaartje (7-12-06)
6 December (6-12-06)
Professional (5-12-06)
Blaadje (4-12-06)
Ethioop (3-12-06)
2 December (2-12-06)
Sintrijmen (1-12-06)

Opa (21-12-06)

Vandaag vieren we de kortste dag van het jaar, maar óók de langste nacht!
(Dat dan weer wel)
Het is ook de geboortedag van één mijner grootvaders.
Lees wederom maar weer even mee in het manuscript van Grote Jongen, roman in wording.

Ik heb nog meegemaakt dat je vader, mijn arme oude opa, die met zijn kromme lijf een leven lang had gezeuld met kisten groenten en zakken kolen, in de laatste jaren voor zijn pensioen figureerde als fietsenbewaker. Met de winkel had hij moeten stoppen, zodat hem blijkbaar niets restte dan dit nederige baantje.
Op twee lokaties heb ik hem aan het werk gezien. Bij het postkantoor in de Badhuisstraat in Scheveningen, niet heel ver van waar wij woonden, en bij de fietsenstalling van het miniatuurstadje Madurodam. Opa droeg een potsierlijke pet en een dienstcape, babbelde en geinde de hele dag. Haast bestond hier niet.
Het kon ook wel even duren voor je als fietser uit de moeilijke, vermoeide handen van oude Piet het afgescheurde nummer kreeg. En wie nog van plan was die dag andere dingen te doen, deed er goed aan gepast te betalen.
Als wij met mijn moeder langskwamen, verscheen er een grote lach op zijn verkreukelde hoofd. Hij noemde mij ‘z’n gabbertje’ en verstond de kunst tijden aan het woord te zijn zonder iets te zeggen. Zijn verhalen kenmerkten zich door het repeterende zinnetje ‘ik zeg, ik zeg’ en boden verslagen van zojuist gevoerde conversaties met huisvrouwen, passerende pliesiegenten, kennissen van vrienden van bekenden en daar weer familie van en niet te vergeten de vele meneren pastoor die je toen nog had.
Het is de breedbespraakheid van de eeuwige middenstander. Piet de kolenboer, of met iets minder dédain, Piet de groentenboer. En nu ook nog Piet de fietsenbewaker. Gezegend de dag dat die afgeleefde man met pensioen kon.
Jullie hebben hem, nog voor jullie mijn ouders werden, ooit gadegeslagen tijdens zijn bewakersarbeid bij Madurodam. Het zal op een zaterdag geweest zijn, want jij werkte natuurlijk de hele week. Jullie woonden als jong getrouwd stel in het Statenkwartier, aan de andere kant van de Waterpartij en hadden besloten de ouwe te verrassen met iets lekkers voor tussen de middag.
Toen jullie kwamen aangelopen was opa doende met een motorfietser. De man had zijn vehikel geparkeerd en opa, geen wonder van evenwichtskunst, wilde een plankje onder de motor leggen, ten einde lekkende olie op te vangen. Een in die tijd gebruikelijke maatregel. Terwijl de motorrijder toekeek, poogde opa met de hak van zijn speciaal vervaardigde klompschoen het plankje subtiel op de juiste plek te mikken.
Hij zwaaide echter royaal over het hout heen en trof de nietsvermoedende motorman vol op de scheen. De man hinkte over de parkeerplaats, terwijl opa bezwerend ‘Ho! Ho!’ riep. Jullie schuilden hikkend in de struiken.
‘Ho!’ riep opa nogmaals, ‘ho! Heeft u zich pijn gedaan?’
De man was niet eens in staat om te antwoorden.
Opa grijnsde hem bemoedigend toe: ‘Dat is dan vijftig cent’
De man betaalde snel en verwijderde zich moeizaam. Grootvader zag jou en je mooie jonge vrouw en was het voorval op slag vergeten.