Columns Nieuwe Revu
Info  CD  Cabaret  Column  Nieuws  Archief  Gastenboek  Links


terug naar Columns Nieuwe Revu

Hoezo verlies? (25-6-08)
Doe het nu! (18-6-08)
Onze Obama (11-6-08)
Geen commentaar (4-6-08)
Niet zo negatief (28-5-08)
Brief aan Marco (21-5-08)
Stille Hind (14-5-08)
Dure les (7-5-08)
Grof vuil (30-4-08)
Eenzame planeet (23-4-08)
Ontvlamd (16-4-08)
Wedden dat? (9-4-08)
De film van Ome Wilders (2-4-08)
Op je plaat (26-3-08)
Bedrijfsongeval (19-3-08)
Goed gesprek (12-3-08)
Boerkinistan (5-3-08)
Bloedstemming (27-2-08)
Man zoekt boer (20-2-08)
Adomasochisme (13-2-08)
Praalwagen (6-2-08)
Vies boekje (30-1-08)
Lulhannes (23-1-08)
Nachtgedachten (16-1-08)
Geert - the movie (9-1-08)
King Clarence (2-1-08)
In 't broekje van Foekje (19-12-07)
Blind date (12-12-07)
Staakt met wild geraas (5-12-07)
O kom er eens kijken (28-11-07)
Leuk om te weten (21-11-07)
Langs de kant (14-11-07)
Slachtmaand (7-11-07)
Wintertijd (31-10-07)
Asterix en de Kaninefaten (24-10-07)
Het jonge volk wil seks! (17-10-07)
Jammerdebammer (10-10-07)
Historische grap (3-10-07)
Hij slaapt (26-9-07)
Geen Baan (19-9-07)
Denk Om Henk (12-9-07)
Schnabbelcircuit (5-9-07)
De Rode Kooi (29-8-07)
Geile sport (22-8-07)
Hemels gerecht (15-8-07)
Eigen wereldje (8-8-07)
Als niet, dan wel (1-8-07)
Problemen thuis (25-7-07)
Over de top (18-7-07)
Lekker in de rij (11-7-07)
Een nieuw huis (4-7-07)
De talenkluts (27-6-07)
Eeuwige trouw (20-6-07)
Schoon schip (13-6-07)
Hier die nier ! (6-6-07)
Bij de mensen thuis (30-5)
Dat nooit! (23-5-07)
Naar de rechter! (16-5-07)
Land van Fortuyn (9-5-07)
Han Stijkel (2-5-07)
Bosjesmannen (25-4-07)
J.C. Superster (18-4-07)
Dat soort volk (11-4-07)
Paasei-land (4-4-07)
In de provincie (28-3-7)
Kronkelwegen (21-3-07)
Sterke Woorden (14-3-07)
De lokhoer (7-3-07)
Wat een planeet! (28-2-07)
Lovely Rita (21-2-07)
Weer Niet De Mol (14-2-07)
Bertbakkeren (7-2-07)
Luister, sex! (31-1-07)
Meer schaatsen! (24-1-07)
Het beloofde land(17-1-07)
Hangpartijtje (10-1-07)
Frisse wind (3-1-07)

Een nieuw huis (4-7-07)

Ik loop door de straat waar ik ga wonen. De zon schijnt, glinsterend blad ruist in de wind. Ik ken deze straat al heel lang. Niet goed, ik ben er wel eens doorheen gekomen. De naam is een bekende klank. Veel winkels, zowat alles moet hier te krijgen zijn. In de deuropening van een kaaswinkel staat een man in een schort. Hij knikt me vriendelijk toe. Uit mijn keel ontsnapt een bedeesd ‘goeiemiddag’. Even voelen met die teen in het water.
Ik koop een krantje bij de tabakszaak. ‘Fijne dag verder,’ krijg ik te horen van de vrouw achter de toonbank. Ik zei het al, de zon schijnt. Zij weet nog niet dat ze mij binnenkort heel vaak gaat zien.
Ik gluur door de winkelruiten en zie de middenstanders en hun klanten bezig. De toekomstige acteurs in mijn reality soap. Ik kijk naar de tegels op het trottoir. Zijn er eilanden? Onoverkomelijke donkere zeeën? Is er straks een pad voor mijn kind, springend van lichte tegel op lichte tegel, zoals ik dat ooit, twee kilometer verder, op de Statenlaan deed. Die blinde muur, zal ik daar straks tegen uithijgen na het hardlopen?
De straat waar ik ga wonen. Deze week krijgen we de sleutel, maar ik ben al vaak gaan kijken. Vrienden en familie zijn meegetroond. Hier is het. En zo dichtbij is de zee.
Ga ik straks naar deze supermarkt of naar de sjiekere iets verderop? Wat voor een porum heeft mijn toekomstige daklozenkrantverkoper? Uitkijken met oversteken, dat moet zeker, o mijn god, het kind! Op de stoep blijven! Kinderen moeten rennen. Hoor je hier het tingelen van de tram? Hoe beukt straks de zuidwester tegen de huizen? Maak ik over een maand al grapjes met de bloemenman? Waar is de beste afhaalaziaat? En goddank, bij deze Turkse bakker verkopen ze simit.
Hoe zinderend warm kan het op dit terras worden? Hoe tooien de boompjes zich met bloesem, hoe dragen ze een kroon van sneeuw? Zondagochtend, met de slee naar buiten, de uitgelaten schreeuw van het kind.
Daar staat het huis. Het is al verlaten door de vorige bewoners. Een trots kasteel, twee verdiepingen met uitstekende erker, boven de ijssalon. Op de kopse kant van de straat. De vele ramen beplakt met triomfantelijke pamfletten van de betrokken makelaardijen. Verkocht! Verkocht! Verkocht!
Goed, ik ben niet de enige die dezer dagen een nieuw huis betrekt. Tony Blair is moving out. Een aantal Talpa-medewerkers hoogstwaarschijnlijk ook. En sommige jongens, die alleen met een vliegtuig uit Afghanistan zijn teruggekomen, zullen nóg kleiner gaan wonen.
‘Het is best lastig hier om te parkeren,' zei de makelaar. Ik sloeg hem schaterlachend op de schouder: ‘Meneer, ik woon in de Pijp, hartje Amsterdam. Daar rijd je drie kwartier rond en als je ergens een parkeerplaats hebt gevonden, neem je een taxi terug naar huis.’ Terwijl mijn lach uitstierf, voelde ik de tentakels van de weemoed mijn hart omklemmen.
Maar hier is het ook goed. In de straat waar ik nog niet woon. Vale mist, sauzende regen, smeltende sneeuw, hoe gaan die aquarellen eruit zien? Achter het bureau in mijn werkkamer zal ik zitten en beneden mijn vrouw en het kind zien. Het jasje wordt dichtgeknoopt, een neus wordt schoongeveegd. Ze draaien zich om, kijken omhoog en zwaaien. Ik zwaai terug.
Maar eerst nog even schilderen, behangen, vloeren uitkiezen, inpakken en verhuizen. En o ja, bevallen. Dit alles in goede harmonie. Godzijdank kan je bij de Christen-Unie zo’n huwelijkscursus volgen. Voor de zekerheid heb ik ons maar alvast opgegeven.


Marcel Verreck